Artikels, succesverhalen en
recepten gemaakt met liefde voor jou

Wat heeft insuline met burn-out te maken?

 

Een interessante mismatch

We leven sneller dan ooit. Onze agenda's zitten vol, we verwerken de hele dag informatie, zijn vrijwel voortdurend bereikbaar en met technologie en AI kunnen we in steeds minder tijd steeds meer doen. Dat lijkt vooruitgang. Ons lichaam is echter in al die jaren niet sneller geworden.

Ons brein heeft nog altijd slaap nodig. Ons zenuwstelsel heeft herstel nodig. Onze spieren willen bewegen. Onze hormonen werken volgens biologische ritmes en onze stofwisseling moet iedere dag opnieuw zorgen dat voldoende energie beschikbaar is.

Daar ontstaat een interessante mismatch.

Want waar we ons werk steeds efficiënter kunnen organiseren, kunnen we fysiologisch herstel niet automatiseren. En wanneer de belasting langdurig groter wordt dan het vermogen van ons lichaam om te herstellen, gaat dat systeem signalen afgeven.

Vermoeidheid. Slechter slapen. Minder concentratie. Meer behoefte aan koffie of iets zoets. Een korter lontje. Minder zin om te bewegen. Gewicht dat verandert. Een hoofd dat niet meer uit lijkt te gaan. We noemen dat vaak stress. Wanneer het verder escaleert misschien overspanning of burn-out. Maar vanuit mijn systemische kijk op gezondheid vind ik het interessant om een andere vraag te stellen:

Wat gebeurt er ondertussen in je lichaam?

Burn-out en metabolisme zijn geen aparte werelden

Burn-out wordt meestal bekeken vanuit mentale belasting, werkdruk en stress. Dat zijn vanzelfsprekend belangrijke factoren. Maar je mentale en fysieke gezondheid functioneren niet los van elkaar. Wanneer je langere tijd onder druk staat, reageert je lichaam daarop.

Je stresssysteem wordt actiever en hormonen zoals cortisol en adrenaline zorgen ervoor dat er energie beschikbaar komt. Je lever kan extra glucose afgeven aan het bloed. Dat is een heel normaal en nuttig mechanisme. Wanneer je moet presteren of reageren op gevaar, wil je lichaam immers snel over brandstof kunnen beschikken.

Een tijdelijke stressreactie is dan ook niet het probleem. Je lichaam is uitstekend uitgerust om te schakelen tussen inspanning en herstel. Interessanter wordt het wanneer die herstelmomenten steeds kleiner worden.

Je hebt een drukke werkdag, slaapt minder goed en begint de volgende ochtend al met een achterstand. Je lichaam maakt opnieuw energie beschikbaar. Je drinkt koffie om op gang te komen. Later op de dag krijg je behoefte aan iets zoets. Je beweegt minder omdat je moe bent. 's Avonds ben je uitgeput, maar lukt ontspannen of slapen juist minder goed.

En de volgende ochtend begint het opnieuw. Zo kan mentale belasting langzaam ook metabole belasting worden.

En dan komt insuline in beeld

We praten bij stress en burn-out veel over cortisol. Over insuline hoor je veel minder. Dat vind ik opvallend. Insuline is namelijk veel meer dan het hormoon dat je bloedsuiker verlaagt. Het speelt een centrale rol in hoe je lichaam energie verwerkt, opslaat en beschikbaar maakt.

Wanneer stresshormonen ervoor zorgen dat er meer glucose beschikbaar komt, moet je lichaam daar iets mee. Bij iemand zonder diabetes maakt de alvleesklier daarvoor zelf insuline aan. Je kunt daardoor lange tijd keurige glucosewaarden hebben, terwijl je lichaam achter de schermen steeds harder moet werken om die waarden stabiel te houden.

Dat is precies waarom ik binnen Insuline Smart Living niet alleen naar bloedsuiker kijk, maar ook naar de insulinevraag. Hoeveel insuline heeft jouw lichaam nodig om alles in balans te houden?

Bij diabetes type 1 zie je een deel van dat proces veel directer. Ik leef inmiddels meer dan dertig jaar met type 1 en merk in mijn eigen glucosewaarden wat stress met mijn lichaam doet. Een drukke week kan een totaal ander glucose- en insulinebeeld geven dan een rustige week, terwijl mijn voeding nauwelijks verandert. Na een slechte nacht reageert mijn lichaam anders op dezelfde maaltijd en dezelfde hoeveelheid insuline.

Mijn bloedsuiker (en insuline) is daardoor een soort barometer geworden. Hij laat me soms eerder dan mijn hoofd zien dat mijn systeem onder druk staat. Maar die fysiologische reactie vindt niet alleen plaats bij mensen met diabetes.

Je lichaam is één systeem

Dat is de kern van hoe ik binnen GLUCOLUTION naar gezondheid kijk.

Je bloedsuiker, insuline, hormonen, zenuwstelsel, slaap, emoties, voeding en gedrag zijn geen afzonderlijke onderdelen. Ze beïnvloeden elkaar voortdurend.

Stel dat je een periode veel stress ervaart. Stress activeert je zenuwstelsel. Cortisol en adrenaline stijgen. Er komt meer glucose beschikbaar. Je insulinehuishouding moet daarop reageren. Tegelijk slaap je misschien slechter. Een slechte nacht kan de volgende dag invloed hebben op je insulinegevoeligheid, eetlust en energieniveau. Omdat je moe bent, heb je meer behoefte aan snelle energie en minder zin om te bewegen. Dat beïnvloedt opnieuw je glucose- en insulinehuishouding.

En daar stopt het niet.

De manier waarop je die situatie ervaart speelt eveneens mee. Perfectionisme, verantwoordelijkheidsgevoel, voortdurend 'aan' staan of het gevoel geen controle te hebben, kunnen je stresssysteem blijven activeren. Je zenuwstelsel bepaalt vervolgens mede of je lichaam in actie- of herstelmodus verkeert. Je fysiologie past zich daaraan aan en uiteindelijk verandert ook je gedrag.

Alles communiceert met alles

Daarom vind ik het te eenvoudig om bij langdurige vermoeidheid alleen te kijken naar hoeveel iemand werkt. Twee mensen kunnen dezelfde agenda hebben en fysiologisch totaal anders reageren.

De relevante vraag is: wat vraagt die belasting van jouw systeem?

Het zichtbare topje van de ijsberg

Binnen mijn GLUCOLUTION-model kijk ik naar vier niveaus die voortdurend met elkaar verbonden zijn: mindset en emoties, het zenuwstelsel, de biologie en het gedrag. Wat we aan de buitenkant zien, is vaak het gedrag. Hoe iemand eet, beweegt, slaapt, werkt of ontspant.

Daaronder gebeurt veel meer.

Misschien ben je 's avonds aan het snaaien omdat je de hele dag weinig hebt gegeten. Misschien vraagt je lichaam na een slechte nacht om snelle energie. Misschien staat je zenuwstelsel na een dag vol deadlines nog steeds in actiestand. Misschien is je insulinegevoeligheid veranderd. Misschien heb je vooral behoefte aan rust, maar interpreteer je dat gevoel als honger.

Daarom zegt één los signaal nooit alles.

Hetzelfde geldt voor vermoeidheid. Je kunt naar je agenda kijken en besluiten minder afspraken te maken. Dat kan heel zinvol zijn. Maar wanneer je niet kijkt naar slaap, voeding, beweging, herstel, stress, emoties en je metabole gezondheid, zie je slechts een deel van het systeem.

Weten wat gezond is, is niet hetzelfde als het kunnen doen

Dit vind ik misschien wel een van de interessantste aspecten van burn-out. De meeste mensen weten heel goed wat gezond voor ze zou zijn. Voldoende slapen. Bewegen. Gezond eten. Grenzen bewaken. Rust nemen. Maar wanneer je systeem langdurig onder druk staat, worden juist die dingen moeilijker.

Als je uitgeput bent, is sporten minder aantrekkelijk. Wanneer je slecht hebt geslapen, kan je behoefte aan energierijke voeding toenemen. Wanneer je hoofd overloopt, is vooruitdenken over een gezonde maaltijd moeilijker. En als je continu het gevoel hebt achter de feiten aan te lopen, wordt rust nemen soms juist onrustig.

Gedrag is dus niet alleen iets wat je gezondheid beïnvloedt. Het is óók een uitkomst van wat er in je systeem gebeurt.

Daarom vind ik de vraag "Waarom doe je niet gewoon wat je weet dat goed voor je is?" weinig interessant.

Veel interessanter is:

Wat maakt dat jouw systeem op dit moment voor dit gedrag kiest?

Daar begint voor mij zelfleiderschap. Bij de juiste kennis over hoe je lichaam werkt, maar vooral ook bij het leren herkennen hoe die processen zich bij jou laten zien. Welke signalen geeft je lichaam? Welke patronen herken je? En waar heb je zelf invloed op? 

Wacht niet tot je lichaam op de rem trapt

We zijn gewend om pas te reageren wanneer een signaal groot genoeg wordt. Maar je lichaam begint meestal veel eerder te communiceren. Misschien word je minder uitgerust wakker. Heb je iedere middag een energiedip. Heb je steeds vaker koffie nodig om op gang te komen. Verandert je eetlust. Slaap je oppervlakkiger. Herstel je minder goed van sporten. Word je sneller geïrriteerd. Of merk je dat je glucosewaarden anders reageren dan je gewend bent.

Dat zijn signalen die aanleiding kunnen geven om beter te kijken.

En daar ligt voor mij een belangrijk deel van preventieve gezondheid.

Binnen Insuline Smart Living proberen we daarom niet alleen de zichtbare uitkomst te veranderen. We kijken naar het systeem eronder. Naar de meer dan vijftig factoren die invloed kunnen hebben op glucose en insuline en naar de acht leefstijlpijlers waarin we die factoren hebben ondergebracht.

Niet iedere knop hoeft tegelijk te worden bijgesteld. Het gaat erom dat je leert ontdekken welke knop in jouw systeem op dit moment het meeste verschil kan maken.

Misschien is dat slaap. Misschien voeding. Beweging. Stressregulatie. Je omgeving. Of de manier waarop je met jezelf en je energie omgaat.

Want uiteindelijk volgt je insulinehuishouding voor een belangrijk deel wat er iedere dag in jouw leven gebeurt. En juist daarom hoort metabole gezondheid wat mij betreft thuis in het gesprek over stress, energie en burn-out.

De vraag is niet alleen hoeveel energie je verbruikt. De interessante vraag is hoe goed jouw lichaam nog in staat is om die energie beschikbaar te maken en daarna weer te herstellen.


Benieuwd wat Insuline Smart Living voor jou kan betekenen?

It all starts with you.

Liefs,
Charlotte

 

Let's talk

In 20 minuten ontdekken waar jouw echte uitdagingen liggen. Geen symptoombestrijding, maar helderheid en richting.

Plan je gesprek – ik denk met je mee!